New York bedoelt hij zeker? Nee, gelet op het huidige politieke klimaat (neutrale formulering voor een dictatuur) zal je mij daar voorlopig niet zien. Het York van deze column ligt in Engeland, een stukje dichter bij de poolcirkel dan Leiden en toch met heel lekker zomerweer. En pittoreske Charles Dickens-achtige straatjes, vakwerkhuisjes, oude kerken, tea rooms (met scones, clotted cream en jam), stadsmuren, stadspoorten, een kasteel, restaurants, pubs, straatartiesten die niet kunnen zingen en heel opvallend: dat iedereen de neiging heeft om aan de verkeerde kant van de weg te rijden en dat dat allemaal goed lijkt te gaan.
En o ja, de York Minster, een van de grootste en mooiste kathedralen van het Verenigd Koninkrijk! Dat was het doel van onze vakantiereis, de Leidse Cantorij heeft daar eind augustus een weeklang alle diensten gedaan: zes Choral Evensongs en op zondag ook nog de Matins en Morning Eucharist. Daarbij kwamen ook nog de twee repetities per dag, dus hoezo vakantie?? Maar mede dankzij alle leuke mensen, de fantastische muziek, het fantastische gebouw én een grandioos groot orgel… Een werkelijk onvergetelijke trip!
Maar aangezien ik organist ben, moet ik uiteraard een aantal orgelgebeurtenissen aanstippen. En dat gebeurde al na de eerste ochtendrepetitie op maandag. We wilden York even verkennen en kwamen vrijwel direct langs St. Wilfrid’s Catholic Church. Die ligt vrij dicht bij de stadsmuur, dus er lijkt een verband met ene Wilfred from the Wall… De kerkdeur stond open en we hoorden zingen, dus uiteraard gingen wij even naar binnen. Om daar terecht te komen in een stampvolle eucharistieviering met zoveel wierook dat het gewoon mistig was. Het orgel had frontpijpen met gouden, blauwe en rode kleuren en ik kreeg toen al een vaag vermoeden. En toen hoorde ik… ons orgel! Ik hoorde een aantal klankkleuren die precies zo klinken als die bij ons, dus dat moest ik uitzoeken. Na de slothymn zijn we gauw naar boven gegaan en kwamen in gesprek met de organist. En jawel hoor, één klavier meer dan het onze (drie dus, red.), maar dezelfde bouwers: Forster & Andrews.  Dit exemplaar is iets ouder, het is uit 1867 (die van ons uit 1875). En ja, ik mocht meteen plaatsnemen en dat is toch wel heel bijzonder om een groter familielid met zoveel ‘bekends’ te bespelen en te beluisteren. 

Een dag later na de Choral Evensong was het weer raak, en hoe! Terwijl Debby de hele week met de Leidse Cantorij meezong fungeerde ik als assistent van organist Willeke Smits, dus ik hoopte al wel op speelminuten op dat machtige orgel met vier klavieren en bijna 90 registers (die van ons heeft er veertien), waar beroemde organisten aan verbonden waren (zoals Edward Bairstow en Francis Jackson). Waar je als organist al blij bent als een orgel over een 32-voets register beschikt (tot tien meter lange pijpen die zeer lage tonen produceren), in York heb je er… vier! En dan nog een vijftal hogedruk-trompetten, waaronder de fameuze ‘Tuba Mirabilis’. Ik schreef al eens over mijn geluksmoment in St. Paul’s Cathedral in Londen, met de horizontale ‘Royal Trumpets’, nou dit was vergelijkbaar… de hogedruktrompet is zo luid dat-ie in zijn eentje het hele schip vult. In het koorgedeelte heb je er ‘minder last’ van, de pijpen zijn namelijk naar het schip (in goed Engels: ‘nave’) gericht. Je zal dit register alleen bij bijzondere gelegenheden horen (het is dus zeldzaam als je hem hoort) en ik vond dat mijn bezoek aan York zo’n gelegenheid was….wauw! 

Het orgel heeft zelfs twee speeltafels: in het schip staat ook een mobiele speeltafel, die wordt gebruikt als het koor daar zingt in plaats van in de koorbanken. Ik heb daar later die week ook nog even op gespeeld, en daar beneden klinkt het orgel nog veel mooier. Als je boven zit krijg je, zoals bij zoveel orgels, geen goed beeld van de balans en beneden wel. Ik heb het toen zacht gehouden (ja, dat kan ik ook, red.) en dat was eigenlijk het leukste speelmoment. Na een week bij het orgel weet je waar alle registers zitten, ken je de (on)mogelijkheden en nu kon ik vrijuit spelen, zonder na te hoeven denken welke registers je per se wilde proberen, waar alles zat etc. Het was dan ook aangename bijkomstigheid dat een van de gastzangers, tevens professioneel dirigent, organist en met enkele jaren ervaring in Engelse kathedralen, kwam melden: “Moooooooi”…. Nou, naar mijn bescheiden mening had hij gelijk….ahum.

Uiteindelijk is mijn volledige reisverslag 34 pagina’s geworden (opvraagbaar bij ondergetekende) ….inclusief onze bezoeken aan de kathedralen van Norwich, Peterborough, Lincoln en St. Edmundsbury…