Rondom Kerst 2025 waren er in Leiderdorp diverse activiteiten, waaronder de kerstmarkt in de Dorpskerk. Debby en ik werden gevraagd voor muzikale omlijsting, welke wij hebben ingevuld met onder andere mooie Christmas Carols. Daarnaast heb ik ook sfeervolle (vond ik zelf althans) solostukken gespeeld en alles ook uiteraard enigszins ‘pianissimo’. Pianissimo staat voor: “een Italiaanse muziekterm die aangeeft dat een passage zeer zacht gespeeld moet worden.” Daar hebben wij ons in beginsel keurig aan gehouden, want stel je voor dat alle tientallen mensen elkaar niet meer kunnen verstaan in die kakofonie van rinkelende kopjes, rennende en blèrende kinderen, vallende voorwerpen of zelfs die ene kl***viool die meende om de piano uit te testen terwijl wij bezig waren. Mocht u de *** nog niet begrijpen, als u ‘viool’ vervangt door (willekeurige volgorde) ‘zak’, ‘hommel’ of ‘schieten’, dan kunt u mijn gemoedstoestand van dat moment wel aardig inschatten (organisten zijn ook maar gewoon mensen, red.).
Die gemoedstoestand werd nogmaals op de proef gesteld door het laatste stuk dat ik speelde, variaties over ‘In dulci jubilo’ van de Canadese componist Dennis Bédard. Dat begint met 45 seconden fortissimo, dan vijf minuten pianissimo en eindigt weer met maar liefst één hele minuut fortissimo. Na ongeveer twintig van die 45 seconden hoor ik gestommel en verschijnt een geagiteerd persoon met de navolgende tekst: “Het is te hard, het móet zachter!” Dacht het niet, ik heb mijn gedachten van dat moment niet met deze persoon gedeeld en heb onverstoorbaar verder gespeeld. De door mij geplande slotregistratie heb ik ter plekke aangepast aan de gerezen omstandigheden (als organist moet je altijd flexibel zijn) en de oorspronkelijk niet geplande harde registers zijn dan ook opzettelijk alsnog ingeschakeld (lees: ‘vol orgel’). Direct daarna volgde een applaus van de aanwezigen, hetgeen bevestigt dat een organist altijd gelijk heeft.
Maar goed, ‘pianissimo’ lijkt erg op ‘piano’ en ik schreef al eerder in de inmiddels oneindige reeks columns, dat het aantal keren dat u mij achter de piano aantreft precies ‘nul’ is. Die frase is verleden tijd, het jaar 2025 betekende namelijk een ommekeer in mijn muzikale carrière. U heeft mij op Kerstavond namelijk wel degelijk achter de piano kunnen zien zitten. En het is feitelijk nog erger, u heeft mij zelfs kunnen horen…
Dat was overigens niet de première van mijn pianovaardigheden, die vuurdoop had ik eerder dat jaar in (alweer…) Leiderdorp. Ik speelde als invaller in de Scheppingskerk, met een in mijn ogen (en oren) mooi orgel. Dat orgel staat echter op de verkeerde plek: helemaal achterin, gericht op de achterste rijen en niet op de plek waar het projectkoor stond opgesteld. Het doel was om het projectkoor te begeleiden, maar daarvoor moet je vrij zacht spelen. Dat kan op dat orgel prima, maar doordat het instrument in een andere tijdzone staat, heeft het projectkoor er niet veel aan. Harder spelen kan wel, maar dan horen de achterste rijen en ondergetekende alleen het orgel en niet langer de zangers. Ondersteuning was wel nodig, omdat het projectkoor tijdens de voorafgaande repetitie de neiging had collectief te zakken. De dirigent wist dit simpel op te lossen door mede te delen dat één stuk van Oosterhuis toch echt op de piano moest…… en tijdens een repetitie van Arcobaleno bleek men baat te hebben bij een pianissimo pianobegeleiding van Da Pacem Domine van Arvo Pärt, en heb mij eenmalig als vrijwilliger aangemeld. Ik heb wel duidelijk gemaakt dat foto’s op de socials niet werden gewaardeerd, ik hecht toch erg aan het organist en geen pianist zijn.
Maar toen ik vlak voor de viering op Kerstavond door dirigent Pieter werd gebeld dat er wegens ziekte een vacature voor het stuk Gaudete was ontstaan… kon ik niet langer volhouden dat ik nooit op piano’s speel. Alhoewel ik mij licht ongemakkelijk voelde, denk ik dat het predicaat ‘enigszins acceptabel’ wel toereikend is. En ja, op het moment dat u dit leest is ons orgel in onderhoud geweest en heb ik zelfs één hele viering op … de … p … (ianissimo einde)…