(ons kleine Keukenhof)
Al ruim voor Pasen bloeide er veel in onze kerktuin: de sneeuwklokjes begonnen en de krokussen natuurlijk, dit jaar hadden we prachtige witte gekregen van onze vriend de kweker. De narcissen volgden en daarna kwamen de tulpen in vele soorten. We horen het vaak van passanten: echt een kleine Keukenhof. Ik schrijf dit stukje op Koningsdag en heb even een rondje kerktuin gemaakt. Wat een variatie aan bloemen! Ik noem er een paar:
De Salomonszegel (Polygonatum Multiflorum), herkenbaar aan de lange stengels waaraan lichtgroene bloemetjes hangen. Volgens de legende zou Koning Salomo deze plant hebben gebruikt om de rotsen te laten springen die hij nodig had bij de tempelbouw. (Wat oneerbiedig misschien maar hoe dat nou precies in zijn werk ging vraag ik me wel af). Uit dankbaarheid drukte hij zijn zegel op de wortel van de plant.
Brunnera (Brunnera macrophylla), ook wel Kaukasisch vergeet mij niet genoemd. Die lijkt op zijn Hollandse naamgenoot die wat kleiner is en ook eind april, begin mei in volle bloei staat. De bloemen worden vaak afgebeeld op vroege schilderijen van Maria in haar tuin. Dat geldt trouwens voor meer bloemen zoals ook voor de Sleutelbloem (Primula veris). De Latijnse naam betekent “eersteling in de lente.” Volgens de legende was Sint Petrus die zoals u weet de gouden sleutels van de hemelpoort beheert, eens in slaap gevallen en liet hij zijn sleutelbos op de aarde vallen. Op de plek waar dat gebeurde, bloeide na korte tijd de goudgele sleutelbloem.
Ook de Blauwe lis (Iris germanica) staat statig te bloeien met zijn felblauw gekleurde bloemen, een beetje deftig eigenlijk. De bloem is dan ook in gestileerde vorm afgebeeld in veel familiewapens van Franse herkomst, de “fleur de lis” wat dan eigenlijk weer bloem van de lelie betekent.
Overal tussendoor piepen de helderwitte stervormige bloemetjes van de Gewone Vogelmelk (Ornithogalum umbellatum), een stinsenplant afkomstig uit Zuid Europa/Klein Azië, oorspronkelijk ingevoerd als sierplant, die voorkwam op landgoederen, boerenhoven en pastorietuinen. Stins is het Friese woord voor “stenen huis.” Wordt soms ook wel Star of Bethlehem genoemd. Een lief bloempje, maar wees gewaarschuwd: een enorme woekeraar! We hebben dit jaar veel bolletjes weggehaald.
Onder de grote es in de tuin bloeit het Lievevrouwen bedstro (Gallium odoratum). Een plant die in geen enkele kerktuin mag ontbreken. Er doen maar liefst twee legenden de ronde over: De Heilige Anna, de moeder van Maria, was ten einde raad: haar dochtertje wilde maar niet slapen. Anna bedacht dat zij een plantje in haar zak had gedaan. Dat stopte zij in het matrasje van Maria’s wieg en het ging heerlijk geuren. Maria viel prompt in slaap. Misschien herinnerde Maria zich dat later wel: Toen de kribbe werd klaargemaakt om er het pasgeboren Jezuskind in te leggen, stopte Maria wat kruiden tussen het stro. Toen de eerste kreetjes van de pasgeborene klonken, begon dat kruid met witte geurige bloemen te bloeien!

Ik noem hier nog twee planten die als dit Bulletin verschijnt vast wel in bloei staan: de Pioenroos (Paeonia) we hebben een prachtige roze bloeiende plant in de tuin staan en de Gewone Akelei (Aquilegia  vulgaris): een blauwbloeiende schaduwplant, die ook vaak in Maria’s tuin bloeide getuige de vele afbeeldingen daarvan op vroege schilderijen.

We zullen als tuinteam ons best doen om, tot september wanneer het volgende Bulletin verschijnt, goed voor de Kerktuin te zorgen.

Heleen Gombert