Over de titel moest ik deze keer even nadenken. Ik ga het hebben over iets waar ik al eerder over schreef, met destijds als titel ‘32’. Voor de oplettende lezers, dat ging over de tot tien meter hoge pijpen in het Willis-orgel in de Hooglandse Kerk. En dat die pijpen behoorlijk uniek voor Nederland zijn, aangezien ze niet alleen kostbaar zijn maar ook heel veel ruimte in beslag nemen. En dat een organistenhart ook sneller gaat kloppen zodra men op een registerknop het getal ‘32’ ontwaart. Een getal op een registerknop zegt namelijk iets over de toonhoogte alsmede over de lengte van de grootste pijp van die klankkleur.
De langste pijp van ons Forster & Andrews-orgel staat precies in het midden van het front: dat is de laagste C van de Open Diapason 8’ van het onderste klavier. De ‘8’ staat voor acht voet, waarbij een voet 30 centimeter is. Dus de laagste toon en daarmee langste pijp van de Open Diapason 8’ is twee meter en 40 centimeter. De laagste toon van de Principal 4’ (beide klavieren hebben er zo een) is dan één meter 20 en zo kan je ook uitrekenen wat de lengte van de langste pijp van de Fifteenth 2’ (onderste klavier) en Gemshorn 2’ (bovenste klavier) moet zijn.
Het voetpedaal (te bespelen met sokken…) bij ons heeft ook een eigen klankkleur, de Bourdon 16’. Dan denkt u natuurlijk nu dat die dan zestien x 30 centimeter is… maar de naam ‘Bourdon’ vertelt de organist dat deze de halve lengte heeft. Ze zijn aan de bovenkant afgesloten en klinken (dat is een natuurkundig fenomeen) een octaaf lager. Handig, dat bespaart ook nog eens ruimte.
Uiteindelijk willen organisten het liefst een ‘open’ pijp op volle lengte: dan is het geluid robuuster. Maar met onze Bourdon ben ik zeer tevreden, alhoewel op de plek waar het Regenboogkoor, Arcobaleno en de vleugel staan, hij soms nogal present is. In geval van de vleugel is dat juist een pluspunt…
Eén 32-voeter is al redelijk zeldzaam, nóg unieker in Nederland met zijn meer dan 10.000 (!) orgels is het als een orgel twee 32’-voeters van volledige lengte heeft! Ja, u voelt hem al aankomen, sinds maart van dit jaar heeft voornoemd Willis-orgel er ook twee! De eerste (in 2017 geplaatst) is een zachte hele diepe bas, zeer fraai in zachtere registraties (o ja, dat heet pianissimo, zie vorige column). De onlangs geplaatste ‘Contra Posaune 32’ is er voor het daverende slotakkoord, enkele slotmaten bij een fortissimo stuk of als een accent tussendoor: een zeer diepe luide(re) klank uit de familie der trompetten.
Toen ik ooit begin deze eeuw mijn gedachten met mensen in/rondom de Hooglandse Kerk deelde dat ik vond dat het dé plek bij uitstek was voor een Engels orgel met kathedrale allure, dacht ik hieraan. Een orgel met twee 32-ers, waarvan één register uit de trompettenfamilie. Dat was mijn droom en ja, die is na heeeeeeel veel vrije tijd, geld, bloed, zweet en tranen zeg 25 jaar later uitgekomen! Toen de orgelbouwers met de opbouw en intonatie bezig waren was ik erbij op het moment dat we ze voor het eerst konden horen. Onbeschrijflijk. Geweldig. Ongekend. Fenomenaal. En ik ben ook maar een mens, ik hield het niet droog. Dat is negen meter geluk…
Hoezo dan, want die andere zijn tot tien meter hoog?! Klopt, de bekers van pijpen uit de trompetfamilie zijn altijd iets korter dan de labialen. Vandaar dat de langste pijp van de Contra Posaune 32’ ehh slechts negen meter lang is, maar wel dezelfde toonhoogte (of laagte) heeft als de overige pijpenfamilies. Maar mocht u twijfelen of ze het doen… ze zijn ehh niet bepaald te missen. Ik schat zo in een 7 op de schaal van Richter…
En het is dus de bedoeling beste lezer (inclusief alle organisten die staan te popelen om de aanwinst zelf te proberen, red.) dat hij nauwelijks wordt gebruikt. Het gaat om de ‘special occasion’, zoals hierboven beschreven. Het moet bijzonder blijven als je ze hoort. Maar als ze dan gaan meedoen… Ik herhaal nog even fortissimo: negen meter geluk!!
De tip is dan ook: kom luisteren, kom het ervaren! De maandelijkse Choral Evensongs zijn weer begonnen, de Leidse orgeldag komt eraan (20 juni) en de zomerserie wordt weer fraai, waaronder met twee bekende Engelse organisten.
O ja, u ziet dat ik getallen soms uitschrijf, ik heb ooit geleerd dat je dat doet bij getallen onder de twintig. Of 20. Of XX… of zo.
Door Frank Resseler