Het was zowaar een zondag dat ik niet ergens hoefde te spelen. Niet dat ik spelen een bezwaar vind, integendeel! Maar af en toe een ‘vrije zondag’ is ook wel eens prettig. Helemaal godsdienstvrij blijf ik niet, rond 10:00 zet ik als van huis uit ‘Nederlands Hervormd’ toch de Eucharistieviering op NPO2 op. Ik kan de Katholieke traditie zéker waarderen, vooral als er ook in het Latijn wordt gezongen. De muzikale ondersteuning gebeurt dan vaak door het plaatselijke koor, in de meeste gevallen al behoorlijk op leeftijd, en af en toe komt het zelfs voor dat de hoge noten worden gehaald. Dat alles wordt ondersteund door de plaatselijke organist, die zich dan vaak in een lastige situatie bevindt.
Dat is mijn interpretatie, ik zal het even uitleggen. Veelal staat het ‘grote’ orgel ergens op een galerij aan de westkant van de kerk, in het koorgedeelte staat dan een klein ieniemieni orgeltje waarmee de organist(e) de hele viering op moet begeleiden. Op het moment van schrijven heb ik de viering vanuit een grote kerk in het zuidwestelijk deel van Nederland gezien, waar de organist het moest doen met een één-klaviersorgel en aangehangen pedaal. Dat laatste betekent dat het pedaal geen zelfstandig register heeft, zoals bij ons orgel een 16’-voets register (u kent ‘hem’ wel, die vette basklank). In het aangehangen pedaal hoor je dan altijd dezelfde klanken als die wanneer je met je handen speelt.

Ik heb het orgel op internet even opgezocht en dan wordt het lastiger. De klavieromvang bleek kleiner dan gebruikelijk én de pijpen bevonden zich op ‘oorhoogte’: het geluid gaat eerst dwars door de bespeler heen, hetgeen een aanslag is op de trommelvliezen. Als je bij kleinere orgels meer klankkleuren wil hebben, moet je vanwege de beperkte ruimte vooral werken met kleinere pijpen. Dat betekent dan een overdosis aan hoge en scherp klinkende registers. Kortom, je kan bij zo’n tv-uitzending het grote orgel niet gebruiken en het kleinere orgel is dus vaak niet de leukste oplossing.
De organist in kwestie deed het ondanks de omstandigheden erg goed, als begeleider van het koor alsmede voor het muzikaal invullen van bepaalde momenten.

Aan het eind van de uitzending bedankte de dienstdoende pastoor een heel bataljon van vrijwilligers, zo ongeveer tot aan de sanitair manager aan toe (‘toiletjuffrouw’ mag niet meer tegenwoordig, red.). En o ja, aan het koor dat meezong. Dat was het. En toen riep ondergetekende: ‘en ook de organist!’. Ja, die wordt nog wel eens vergeten. Organisten kennen hun plek, wij behoren tot de categorie stoelen. Die staan er altijd, doen altijd precies waarvoor ze daar staan, ze zijn zonder gemor te verplaatsen etc. Maar o wee als ze er niet zijn…. Snapt u mij al een beetje?
In die categorie: je hoort ook wel eens ‘Het orgel speelt nu…’. Nou nee hoor, op een zeer beperkt aantal orgels met ingebouwde computers en technische hulpmiddelen na, speelt een orgel niet zelf. Dat zijn toch de mensen die veelal op vrijwillige basis de vieringen zo goed mogelijk proberen te ondersteunen en in te kleuren. En ook al duurt een viering zeg een uur, menig organist(e) studeert van te voren langer dan de viering zelf. Ik neem alles thuis van tevoren door, inclusief de voor, tijdens en erna te spelen stukken. Op zondag ben ik om 09:00 uur aanwezig, om tot 09:35 uur ook nog even ‘in te spelen’. Jazeker, wij organisten nemen onze roeping serieus! 

Kortom, ondergetekende was licht geïrriteerd over het niet noemen van de organist. MAAR, voordat u denkt dat dit alleen maar een klaagzang is, hoe is dat bij ons dan? Nou, daar heb ik positief nieuws over! Onlangs hadden wij weer ons kerkorkest erbij en dat werd een mooi gebeuren, inclusief tijdens het projectlied samenspel met het orgel. Uiteraard heeft het kerkorkest de hoofdrol en dient ook in het zonnetje te staan. Ik speel op zo’n zondag overigens graag, mede omdat mijn zoon met trombone zijn partij meeblaast. Na afloop bedankte Mirjam het kerkorkest voor hun fraaie bijdrage, maar noemde zij óók de organist, omdat wij allen er samen zo’n feestelijke dienst van hadden gemaakt. Zo kan het dus ook!

En laat ik ook even stellen dat ik binnen de geloofsgemeenschap genoeg waardering over mijn orgelspel ervaar, voor zover er niet een bepaalde sopraan meezingt of ik net een column heb gepubliceerd… Maar weet ook dat die waardering geheel wederzijds is, niet in het minst vanwege het enthousiaste zingen!