Viering

Pw. Marianne Hoogervorst
Aswoensdag

Thema(s)

Aswoensdag is het begin van de veertigdagentijd. Een tijd waarin we op weg gaan naar Pasen, het feest van het Nieuwe Leven.
Voor Aswoensdag is er een weekend vol feestelijkheden, zeker voor de mensen onder de grote rivieren. Het Carnaval begint op veel plaatsen op donderdagavond met een viering in de kerk, de carnavalsviering. De dag daarop bezoekt Prins Carnaval met zijn gevolg de ziekenhuizen en verpleeghuizen. Pas daarna barst het plaatselijke feest echt goed los. Deze gehele periode van Carnaval is echter een eerste verwijzing naar het feest van Pasen. Met Carnaval leggen we ons oude leven af. We laten zien wie we echt zijn. Dit gebeurt door te verkleden, maskers te dragen en uitbundig contact te hebben met elkaar. Ons zakelijke gezicht, onze burgerkleding, we nemen er afstand van om zo te laten zien wie we echt zijn (zouden willen zijn!) Het feest werd ingesteld in de Middeleeuwen. Carnaval diende, zo wordt beweerd, om afkeer van een leven met een puur aards karakter op te wekken, door de mensen enkele dagen heel concreet te tonen én te laten ervaren wat het betekent als het kwaad en het eigenzinnige in de mens regeren. Tijdens de Carnavalsdagen ontdekken we op deze manier dat het los laten van oude gewoontes niet zomaar lukt. Daar is meer voor nodig. Na drie dagen uitbundigheid komen we tot inkeer, de veertigdagentijd neemt een aanvang te beginnen met Aswoensdag.

Nadat de vroege Christenen enkele dagen voor Pasen vasten, werd dit in de 3e eeuw uitgebreid naar veertig dagen in navolging van Jezus die veertig dagen in de woestijn vastte.
Op Aswoensdag is er een bijzondere liturgie waarin de gelovigen een askruisje ontvangen. Aan het begin van die viering worden de palmtakken van het jaar ervoor verbrand tot as. Daarna volgen de lezingen en de overweging. Vervolgens spreekt de voorganger een speciaal zegengebed uit over de as waarna de gelovigen worden uitgenodigd om naar voren te komen om een askruisje te ontvangen. Bij het toedienen van het askruisje wordt er gebeden: ‘Gedenk, mens, dat je stof bent en tot stof zult wederkeren’. Deze tekst is gebaseerd op het boek Genesis (3,19). Dat op Aswoensdag een kruisje met as gezet wordt, is goed te verklaren. As herinnert namelijk aan de vergankelijkheid van ons leven. Daarnaast is as ook door het vuur gezuiverd: een beeld voor de zuivering van ons leven die Jezus door zijn dood heeft bewerkstelligd.

Sinds de 10e eeuw wordt de op Aswoensdag gebruikte as voorafgaand aan de uitreiking gewijd. Sinds de 14e eeuw wordt de gebruikte as bovendien gewonnen door de palmtakken van de Palmzondag van het voorgaande jaar te verbranden. Die takken waren het teken van overwinning en zegepraal; hun as verbeeldt juist nederigheid en rouw.
Als teken van berouw en vasten, is het gebruik van as in de Bijbel algemeen bekend. De boeteling strooide zich as over het hoofd. Vaak ging hij daarbij gehuld in een zak, die als boetekleed werd gedragen. Vandaar de uitdrukking ‘in zak en as zitten’.

Zelf ervaar ik deze viering als heel bijzonder. Je begint bewust aan de veertigdagentijd. Ik vind het ook heel bijzonder dat deze dag, van oorsprong katholiek, in steeds meer protestantse kerken wordt gevierd, inclusief het askruisje. Laten we als geloofsgemeenschap deze dag in grote getale vieren. Immers, we geloven dat Pasen het grootste christelijke feest is. Een goede voorbereiding daarop is daarom zeer aan te bevelen.
Marianne Hoogervorst – pastoraal werkster